Na ruim zes maanden is het zover. Ik ga weer terug naar Nederland. Ik zal het mooie pak sneeuw dat hier ligt om moeten ruilen voor regen.
‘Morgenochtend’ vertrekken we rond 4.00 vanuit Reykjavík, zodat we om 5.00 bij het vliegveld in Keflavík kunnen zijn. En om 7.15 vertrekt ons vliegtuig richting Kopenhagen, waar we dan overstappen op het vliegtuig naar Amsterdam, waar we worden opgehaald door mijn ouders. Ik word al moe als ik er aan denk…
De koffer staat al bijna klaar. Hij is natuurlijk te zwaar en ik vind telkens dingen die ik nog ben vergeten ben in te pakken waardoor hij nog zwaarder wordt en eigenlijk niet meer dicht kan. En það er nú svo. Je komt altijd met meer terug dan dat je meegenomen hebt. Beetje jammer alleen is dat het maximale gewicht dat de koffer mag zijn (om gratis mee te kunnen) verschilt bij de twee vliegmaatschappijen die we hebben: bij Iceland Express (naar Kopenhagen) is het 20 kilo, en bij Sterling (naar Amsterdam) is het maar 15 (!) kilo. Voor het idee: op de heenweg had ik al 24 kilo, en bijbetalen kost zo’n 10 euro per kilo. Blegh!
Na een half jaar in zo’n ‘vreemd’ land te zijn geweest, wordt het op de laatste dag vóór terugkomst natuurlijk tijd om te evalueren. Als jullie mijn weblog trouw hebben gevolgd, hebben jullie vast wel gelezen dat ik het ontzettend naar mijn zin heb gehad. Ik heb zoveel moois gezien hier. Ik ben getuige geweest van stille natuurwonderen zoals het ijsmeer Jökulsárlón en de donkere rotsformaties van Dimmuborgir, eenzame uitgestrekte vlaktes en uitzichten over een heleboel niets vanaf toppen van bergen of vanaf een gletsjer, maar ook de enorme lavavelden bedekt met een dikke laag mos zullen me bijblijven. Daarnaast heb ik ook heel wat natuurgeweld mogen aanschouwen; met name de vele prachtige watervallen die IJsland rijk is moeten hierbij genoemd worden, maar ook de geisers waar het land om bekend staat. Zoals vaak als cliché wordt gezegd: in IJsland komen alle elementen samen. Dat is dus echt waar. Aarde (vlaktes, bergen), vuur (vulkanen, geisers), water (gletsjers, watervallen) en lucht (die is er ook, maar hierbij moeten natuurlijk ook de Noorderlichten genoemd worden). Trouwens, om nog even terug te komen op het natuurgeweld: het weer in IJsland valt zeker ook wel onder deze categorie.
Bij mijn vele uitjes en reizen heb ik vaak ontzettend veel geluk gehad. Dat is ook wel te zien op veel van mijn foto’s. Ik verbaasde me er na elke reis weer over dat de lucht alwéér blauw was geweest. Toen Heimir en ik voor de eerste keer naar Jökulsárlón gingen, was de lucht wat grijzig, maar toen we er voor de tweede keer samen met mijn ouders naar toe gingen was het schitterend weer. Het weer op IJsland kan erg lekker zijn, en in de zomer zelfs warm. De gemiddelde temperatuur is een stuk lager dan in Nederland, maar er zijn zeker wel uitschieters. Toen we in juli bij Dimmuborgir waren bijvoorbeeld was het toch echt wel zo’n 25 graden. Maar ik heb natuurlijk niet altijd prachtig weer gehad, want je kunt niet naar IJsland zijn geweest zonder echt ‘íslenskt veður’ (IJslands weer) te hebben gehad. Wat dat nu precies inhoudt, kun je het beste zelf ervaren, maar mijn ervaringen zijn als volgt: héél véél wind en horizontaal vliegende regen en hagel. Een paraplu helpt hierbij niet. Het is natuurlijk niet leuk om zulk weer te hebben als je een reisje gaat maken – en dat heb ik gelukkig ook niet gehad. Het is wél leuk om zulk weer te hebben als je lekker binnen zit – en daar heb ik genoeg ervaringen mee!
Er zijn zoveel dingen die ik zal gaan missen, die ik wil onthouden of die ik niet kán vergeten, en ik wil er een paar met jullie delen. Natuurlijk kan ik nog wel een tijdje doorgaan, want de lijst is lang niet compleet. In willekeurige volgorde:
- Vis. In alle soorten en maten. Gerookt, gekookt, gebakken, gedroogd of rottend. Het kan allemaal.
- Water. Voor al de geur zal me bijblijven: zwavel. Dat is niet lekker, daar kan ik heel kort over zijn. Niet alleen bij de geisers, maar ook thuis in de douche. Maar het went.
- Bussen. De bussen komen vrijwel altijd te laat, of juist te vroeg (of is het dan toch de vorige bus die gewoon heel laat is?). En ze zijn nog duur ook!
- Auto’s. Wat een enorme auto’s rijden hier rond. Vrijwel iedereen heeft hier een jeep, want ja, anders kom je ook nergens. Ook niet bij de supermarkt natuurlijk.
- Supermarkten. Duur. Meer valt daar eigenlijk niet over te zeggen. Tip: mocht je je verjaardag vieren op IJsland, vraag dan kaas en vlees.
- Schapen. Vooral in de zomer zie je ze vaak, wanneer ze los rondlopen in de bergen. Op de meest onbegaanbare uitstekende stukjes berg. Maar ze lopen ook gewoon netjes op de weg.
- Bessen. Mmm lekker! Eerst vond ik het maar raar, zomaar iets van de grond plukken en in je mond steken. Maar als je eenmaal begint, kun je niet meer stoppen.
- Noorderlicht. Geweldig. Prachtig. Ongelofelijk. Vooral als het ijs- en ijskoud is, en ver weg van de stadslichten. Moet je gewoon zien!
- Sneeuw. Hoort erbij. Het is leuk als je wakker wordt en je doet de deur open en de sneeuw valt naar binnen. Maar op een gletsjer lopen en langlaufen op een berg is ook leuk hoor.
- Fietsen. Tja, niet. Er zijn zo weinig fietsen hier, dat is voor een Nederlander toch wel schokkend. Het waren altijd eenzame ritjes toen ik in augustus op de fiets naar school ging…
- ‘Speciale mensen’. Alleen rare mensen gaan hier met de bus (en ik). Erg opvallend. Maar ook de oude man die altijd door weer en wind bij een bushokje staat te protesteren moet hier genoemd worden.
- Hotdogs. Daar kun je niet omheen. In elke supermarkt is wel een muur gewijd aan de lekkere IJslandse Hotdog. Op maat gesneden broodjes, allerlei verschillende sauzen, alles er op en er aan.
- Watervallen. Overal waar je kijkt, ook op plaatsen waar je het niet verwacht. Hoog, laag, groot, klein, smal, breed, snelstromend, langzaamstromend, bevroren, wild, en/of overweldigend. Maar allemaal zijn ze speciaal en mooi.
- Mos. Verdient ook een plaatsje in deze lijst. Op zo’n enorm lavaveld met dikke lagen mos kun je heerlijk liggen, want dat is zacht zeg! Later wil ik een bed van mos.
- Alcohol. Drink ik zelf niet, maar daar ben ik ook zo’n beetje de enige in. Op zaterdagavond is het vrijwel onmogelijk een nuchtere IJslander te vinden in het centrum van Reykjavík, iedereen loopt waggelend met flessen over straat.
- Licht. In de zomer (vooral juni/juli) wordt het bijna niet donker. Tijdens de rondreis in IJsland werd het rond een uur of 1.00 ‘s nachts schemerig, en rond 3.00 kwam de zon weer op. Apart!
- Duisternis. Zo is het in de winter natuurlijk omgekeerd. Rond de Kerst werd het om 11.30 schemerig, en rond 15.00 werd het ‘licht’ al weer minder. Tip: gewoon lekker uitslapen.
- Kerstmannen. Die kun je natuurlijk niet vergeten, want welk land heeft er nou 13 kerstmannen!
- How do you like Iceland? De hamvraag. Bereid je voor op deze vraag, want als je naar IJsland gaat, zul je hem vaak horen. Voorbeeldantwoord: IJsland is het mooiste land van de wereld. Dat vinden ze leuk om de horen, de IJslanders.
- IJsland volgens de IJslanders. IJsland is het mooiste en het beste, met Reykjavík als de meest westelijke hoofdstad van Europa en de meest noordelijke hoofdstad van de wereld. Met de grootste gletsjer van Europa (Vatnajökull). Het meeste en mooiste vuurwerk van de hele wereld tijdens de jaarwisseling. IJsland heeft de mooiste en de ruigste natuur. De meest krachtige waterval van Europa (Dettifoss). De grootste warmwaterbron van Europa (Deildartunguhver). En ga zo nog maar even door. En het ergste is dat de meeste van deze dingen nog echt feiten zijn ook. IJsland is een land vol uitersten.
En ik ben blij dat ik de kans heb gekregen om hier een half jaar door te brengen om al deze mooie dingen te zien (ook al heb ik natuurlijk lang niet alles gezien!), en natuurlijk ook om de taal te leren. Nu is het afgelopen, ik ga weer terug naar huis. Maar ik neem (naast een veel te zware koffer) wel een heleboel mooie herinneringen met me mee.